Thema 1

In gesprek met elkaar

Definities en formuleringen, zijn we het eens?
Als we na de pauze terugkomen in de zaal staan de stoelen in een hoefijzervorm. Op de zitting ligt een mooi vormgegeven velletje. ‘Kernwaarden’ staat er op de ene kant, ‘Kerntaken’ op de andere. Per onderwerp staat er een uitwerking bij. Het is nu aan de deelnemers van vandaag, om samen het gesprek aan te gaan. Wat vinden de huisartsen van de aangescherpte kernwaarden en kerntaken? Waar wringt het? Wat willen de huisartsen terugkoppelen en meegeven?

Eerste thema: medisch-generalistische zorg
Het gesprek met de zaal wordt per thema aangepakt. Per thema vertelt een huisarts hoe hij of zij persoonlijk tegen het thema aankijkt. Toosje Valkenburg leidt het eerste thema in. Dat is de kerntaak ‘medisch-generalistische zorg’. “Er is al veel over gezegd...” begint ze. Ze focust op de centrale plek die ‘Het Consult’ inneemt. “Het gesprek in de spreekkamer.” Dat gesprek zal door het aanscherpen van de kerntaak van ‘generalistisch’ naar ‘medisch-generalistisch’ niet wezenlijk veranderen, stelt ze. Valkenburg: “Je kunt nog steeds met al je vragen bij de huisarts terecht. Maar... De huisarts is geen specialist op het sociaal domein. De huisarts is ook geen medisch specialist. De wereld is complexer geworden, de gesprekken in de spreekkamer dus ook. Daar worden alle vragen gesteld, dat mag en dat moet zo blijven, maar het is aan ons om duidelijk aan te geven waar ons specialisme –medisch-generalist zijn– ophoudt. Ik pleit voor een uitgestoken hand, de hand naar de ander, en ik pleit voor het bewaken van je eigen specialiteit: het generalisme.” Het is een positieve labeling, zegt Valkenburg tot slot: “Doe waar je goed in bent, en waar je trots op bent. Medisch-generalist zijn, en laat vervolgens de specialist de specialist zijn.”

‘Buzzen’ in de zaal
Nu wordt er ‘gebuzzd’ in de zaal. In kleine groepjes wordt gepraat over dit eerste thema. Dagvoorzitter Donatello zet de vragen nog even op scherp: wat zijn de gevolgen van het toevoegen van het woord ‘medisch’ aan de kerntaak ‘generalist’? Wat is er nodig om dat in de praktijk te brengen? “Succes, praat met uw buren!” zegt hij.

Geen verandering in Gorredijk
Na tien minuten geroezemoes is het tijd voor de reacties. “Als eerste...” zegt Donatello, “Was u het eens met de omschrijving op de kaart op uw stoel?” Een huisarts uit Friesland geeft antwoord: “Ja, dat wel.” En heeft de aanscherping van de definitie met ‘medisch’ gevolgen voor uw praktijk? “Nee” zegt de huisarts. “In Gorredijk voorlopig geen verandering.” Dat zegt ook iemand anders: in de praktijk van de spreekkamer zal het aanscherpen van de definitie niet veel verandering brengen. “Maar het is wel goed om niet teveel problematiek naar ons toe te trekken.” Dat vindt ook een huisarts uit Utrecht: “We zien ontwikkelingen als bijvoorbeeld kleinschalige woonvormen die specialistische zorg vragen. Ze komen eerst bij de huisarts terecht. Dat kunnen we als huisarts vaak niet bieden. Als beroepsgroep of als vereniging moet je dat duidelijker communiceren.”

Over de schutting
Het is een terugkerende opmerking in de zaal: de huisarts moet duidelijker aangeven wat wél en wat niet ‘medisch’ is. Iemand zegt: “We moeten actief regie voeren over de definitie van ‘generalist’... Dat betekent dus ook dat er gezegd moet worden ‘dit doen we niet’.” Iemand anders vult aan: “We moeten duidelijker onderscheid maken tussen hoog-complexe zorg en laag-complexe zorg. En duidelijk maken dat hoog-complexe zorg niet thuishoort bij de huisarts. Complexe problemen die bij ons over de schutting worden gegooid moeten we gewoon teruggooien! Schoenmaker blijf bij je leest. We doen ook geen blindedarmoperaties, we moeten ook geen hoog-complexe zorg oppakken.” Maar waar ligt de grens tussen hoog- en laag-complex, vraagt Donatello. Iemand anders geeft antwoord: “Kennis en kunde is echt een grens.”

Wachtlijsten
Dan wordt de ‘babbelbox’, de kubus met de ingepakte microfoon voor reacties uit de zaal, naar iemand anders geworpen. Ze pleit voor kortere wachtlijsten in de ggz en het sociale domein. “Ik krijg mensen in de spreekkamer, die verwijs ik door, en dan loop je aan tegen enorme wachttijden, bijvoorbeeld bij de ggz. Waar blijft de verantwoordelijkheid voor die patiënt in de tussentijd? Wie kan ik daarop aanspreken? Want de verantwoordelijkheid komt gewoon weer terug bij mij in de spreekkamer. Ergens, in de politiek, bij de gemeente, moet dit echt worden opgelost.” Het is een probleem dat door veel huisartsen in de zaal wordt herkend.

Bloemkool
Iemand anders stelt een bijna filosofische vraag: “Wat raken we kwijt door de toevoeging ‘medisch’?” En meer concreet vult ze aan: “Kunnen we nu tegen bepaalde dingen ‘nee’ zeggen, of hebben we alleen iets toegevoegd aan ons generalisme? Ik heb wel behoefte om dat beter te definiëren...” Een huisarts uit Almere wijst in dit verband naar de app ‘moet ik naar de dokter?’. Ze zegt: “Ik krijg de gekste vragen. ‘Ik lig in scheiding en ik weet niet hoe dat gaat.’ ‘Ik weet niet wat ik met die bloemkool moet...’ –De zaal lacht van herkenning– Het is duidelijk dat de huisarts duidelijker moet aangeven wat wél en wat niet ‘medisch’ is. Er is ook een niet-huisarts in de zaal. Hij zegt: “Jullie huisartsen zijn je takenpakket behoorlijk aan het opschonen, en dat is goed. Jullie zeggen ‘het sociale domein’ is niet ons probleem. Maar wie gaat het dan doen? Daar moet je ook over nadenken. Zorg dat het met de gemeente en met andere partners goed geregeld wordt, want anders blijf je die bloemkolen houden...”

Positief formuleren
Tot slot zegt iemand: “Ik wil een pleidooi houden voor het positief labelen van de dingen die we doen. Laten we het vooral positief onder woorden brengen. Laten we zeggen waar we wél van zijn, en niet zozeer waar we niet van zijn!” Donatello vat het aan het eind van de discussie bondig samen. Hij heeft twee dingen gehoord, zegt hij: “‘leren nee zeggen’ en ‘trots zijn op onze kerntaken’.”

Richard Derks
Voeg toe aan selectie